Strafcodes amateurvoetbal 2017-05-04T20:36:35+00:00

Strafcodes in het amateurvoetbal

Vanaf 2014/’15 worden alle gele kaarten ondergebracht in één strafcode, voor de directe rode kaarten bestaan zes codes en daarnaast is er de code ‘Overige overtredingen begaan door teamofficials’. De acht strafcodes op een rij:

  1. Strafcode 1 – Gele kaart
  2. Strafcode 2 – Voorkomen van een doelpunt of ontnemen van een duidelijke scoringskans
  3. Strafcode 3 – Ernstig gemeen spel (tijdens een duel om de bal)
  4. Strafcode 4 – Gewelddadige handeling (buiten een duel om de bal)
  5. Strafcode 5 – Beledigen
  6. Strafcode 6 – Bedreigen
  7. Strafcode 7 – Spuwen
  8. Strafcode 8 – Overige overtredingen begaan door teamofficials

Kijk ook naar onderstaand video voorbeeld.

Alles nog eens nalezen? Download onderstaand het complete document.

Strafcodes in het amateurvoetbal (Pdf, 93 Kb)

Strafcode 1 – De gele kaart

Een speler ontvangt een waarschuwing en wordt de gele kaart getoond, indien hij één van de zeven hieronder volgende overtredingen begaat:

  1. onsportief gedrag vertoont;
  2. door woord of gebaar toont het niet eens te zijn met een beslissing van de scheidsrechter;
  3. herhaaldelijk de spelregels overtreedt;
  4. de uitvoering van een spelhervatting vertraagt;
  5. niet de vereiste afstand in acht neemt bij een hoekschop, vrije schop of inworp;
  6. het speelveld (opnieuw) betreedt zonder toestemming van de scheidsrechter;
  7. doelbewust het speelveld verlaat zonder toestemming van de scheidsrechter.

Een wisselspeler, gewisselde speler of teamofficial (amateurvoetbal) ontvangt een waarschuwing en wordt de gele kaart getoond, indien hij één van de volgende drie overtredingen maakt:

  1. onsportief gedrag;
  2. door woord of gebaar toont het niet eens te zijn met een beslissing van de scheidsrechter;
  3. de uitvoering van een spelhervatting vertraagt.

Wanneer een wisselspeler of gewisselde speler het speelveld betreedt zonder toestemming van de scheidsrechter:

  • Moet de scheidsrechter het spel onderbreken (dit hoeft niet direct wanneer betrokkene niet ingrijpt in het spel of wanneer de voordeelregel kan worden toegepast);
  • Moet de scheidsrechter hem waarschuwen wegens onsportief gedrag door het tonen van de gele kaart;
  • Moet de speler het speelveld verlaten (terug naar de instructiezone);

Toelichting onsportief gedrag:

  • Een overtreding, die bestraft moeten worden met een directe vrije schop, op onbesuisde wijze begaan (onbesuisd = handelen zonder het gevaar of de gevolgen voor de tegenstander in ogenschouw te nemen);
  • Een overtreding begaan, met de tactische bedoeling om een veelbelovende aanval te voorkomen of te onderbreken;
  • Een tegenstander vasthouden, met de tactische bedoeling om de tegenstander bij de bal weg te trekken, of om te voorkomen dat de tegenstander bij de bal kan komen;
  • Opzettelijk hands maken, om te voorkomen dat een tegenstander in balbezit komt of een aanval kan opzetten (behalve de doelverdediger in zijn eigen strafschopgebied);
  • Opzettelijk hands maken, in een poging om een doelpunt te scoren (ongeacht of de poging succesvol is of niet);
  • Proberen de scheidsrechter te misleiden, door een blessure voor te wenden of te doen alsof er een overtreding is begaan (schwalbe/misleiding);
  • Tijdens het spel met de doelverdediger van plaats wisselen, of dit doen zonder toestemming van de scheidsrechter;
  • Zich gedragen op een wijze die geen respect voor het spel toont;
  • De bal spelen tijdens het verlaten van het speelveld, nadat al door de scheidsrechter toestemming is verleend om het speelveld te verlaten;
  • Een tegenstander verbaal afleiden tijdens het spel of bij een spelhervatting;
  • Niet toegestane markeringen aanbrengen op het speelveld;
  • Een truc gebruiken, terwijl de bal in het spel is door de bal naar de eigen doelverdediger te spelen met het hoofd, borst, knie etc. met de bedoeling de regel te omzeilen. Dit ongeacht het feit of de doelverdediger de bal met zijn handen raakt of niet (nadat de speler een waarschuwing heeft ontvangen moet het spel hervat worden met een indirecte vrije schop);
  • Een truc gebruiken, om de bal naar de eigen doelverdediger te spelen om de regel te omzeilen bij het nemen van een vrije schop (nadat de speler een waarschuwing heeft ontvangen moet de vrije schop worden overgenomen).

Een speler ontvangt ook een waarschuwing en wordt de gele kaart getoond bij:

  • Het overdreven vieren van een doelpunt d.m.v. provoceren of buitensporig tijdrekken:
  • Gebaren maken die door de scheidsrechter worden beoordeeld als provocerend, beledigend of opruiend;
  • In de omheining klimmen om een doelpunt te vieren;

NB: het speelveld verlaten om een doelpunt te vieren is op zich geen overtreding die met een gele kaart moet worden bestraft, maar er dient wél een gele kaart te worden getoond als het verlaten van het speelveld leidt tot buitensporig tijdrekken;

  • Shirt uittrekken of het hoofd er mee bedekken;
  • Hoofd of gezicht bedekken met een masker of soortgelijk voorwerp.

Strafcode 2 – Voorkomen van een doelpunt of het ontnemen van een duidelijke scoringskans

Het ontnemen van een duidelijke scoringskans kan op twee manieren plaatsvinden:

  1. De tegenpartij een doelpunt of een duidelijke scoringskans ontnemen door opzettelijk de bal met de hand of arm te spelen (dit geldt niet voor de doelverdediger in zijn eigen strafschopgebied).
  2. Een tegenstander een doelpunt of een duidelijke scoringskans ontnemen door een overtreding te maken.

Scheidsrechters moeten de volgende punten in ogenschouw nemen, wanneer ze besluiten om een speler van het speelveld te zenden, wegens het voorkomen van een doelpunt of het om zeep helpen van een duidelijke scoringskans:

  • De afstand tussen de overtreding en het doel;
  • De waarschijnlijkheid, dat de bal in bezit blijft of komt;
  • De richting van het spel;
  • Het aantal en de plaats van de verdedigers;
  • De overtreding, waarmee een tegenstander een duidelijke scoringskans wordt ontnomen kan een overtreding zijn die bestraft moet worden met een directe vrije schop of een indirecte vrije schop;
  • De overtreding kan zowel in- als buiten het strafschopgebied gemaakt worden.

Als de scheidsrechter de voordeelregel toepast bij een duidelijke scoringskans en er wordt onmiddellijk een doelpunt gescoord, ondanks het feit dat de tegenstander hands maakte of een overtreding beging, dan kan de speler niet meer van het speelveld worden gezonden, maar dan moet de speler alsnog een waarschuwing (gele kaart) ontvangen.

Strafcode 3 – Ernstig gemeen spel (tijdens een duel om de bal)

Een speler maakt zich schuldig aan ernstig gemeen spel, als hij speelt met buitensporige inzet of geweld gebruikt tegenover een tegenstander tijdens een duel om de bal. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Een tegenstander op buitensporige wijze aanvallen (bijvoorbeeld inkomen met gestrekt been of met twee benen vooruit gericht op een tegenstander);
  • Een tegenstander met geweld omver of wegduwen (gooien, smijten of door met buitensporige inzet te duwen met borst, heup of knie);
  • Een tegenstander met buitensporige inzet ten val brengen, bijvoorbeeld door een tackle uit te voeren op een manier waarbij de veiligheid van de tegenstander in gevaar wordt gebracht;
  • Op buitensporige wijze springen naar een tegenstander (bijvoorbeeld een wilde sprong in de nek, of een kniestoot in rug of een elleboogstoot of arm in het gezicht of tegen het hoofd). Een speler die met buitensporige inzet naar een tegenstander springt in een duel om de bal te veroveren, hetzij van voren, van opzij of van achteren en dit doet op een wijze die de veiligheid van de tegenstander in gevaar brengt, maakt zich ook schuldig aan ernstig gemeen spel en moet van het speelveld worden gezonden.

In gevallen van ernstig gemeen spel moet geen voordeelregel worden toegepast, tenzij er sprake is van een duidelijke scoringskans. De scheidsrechter moet de speler, die zich schuldig maakte aan ernstig gemeen spel (en waarbij eerst
voordeel is toegepast) van het speelveld zenden zodra de bal uit het spel is.

Strafcode 4 – Geweldadige handeling (buiten een duel om de bal)

Deze strafcode is van toepassing als een speler (of een persoon die mag plaatsnemen op de bank) buitensporige inzet of geweld gebruikt, zonder dat dit in strijd om de bal is. Voorbeelden van gewelddadige handelingen zijn: trappen, slaan, kopstoot, elleboogstoot, kniestoot, in het gezicht duwen en het met buitensporige inzet gooien van een voorwerp (of de bal). Handtastelijk optreden tegen de scheidsrechter of een assistent-scheidsrechter (bijv. wegduwen, aan arm
trekken, aan shirt trekken) dient ook te worden beschouwd als een gewelddadige handeling.

Men is ook schuldig aan een gewelddadige handeling als er buitensporige inzet of geweld wordt gebruikt ten opzichte van een ploeggenoot, toeschouwer, wedstrijdofficial of enig ander persoon. Een gewelddadige handeling kan plaatsvinden zowel op het speelveld als daarbuiten. De bal kan al dan niet in het spel zijn.

De scheidsrechter moet de speler (of bankzitter) die zich schuldig maakt aan een gewelddadige handeling van het speelveld zenden.

In gevallen van een gewelddadige handeling op het speelveld tijdens het spel moet geen voordeelregel worden toegepast, tenzij er sprake is van een duidelijke scoringskans. De scheidsrechter moet de speler die zich schuldig maakte aan de
gewelddadige handeling (en waarbij eerst voordeel is toegepast) van het speelveld zenden zodra de bal uit het spel is.

Strafcode 5 ‐ Beledigen

Een speler (of een persoon die mag plaatsnemen op de bank) die grove, beledigende taal of een scheldwoord gebruikt, en/of gebaren maakt die grof of beledigend zijn, dient van het speelveld te worden gezonden.

Onder grove of beledigende taal (o.a. ook verwijzingen naar ziektes, geslachtsdelen) moet ook onder alle omstandigheden discriminerende opmerkingen of uitingen worden verstaan. Onder discriminatie in relatie tot de spelregels wordt verstaan het zich door woord en/of gebaar opzettelijk beledigend uitlaten over mensen vanwege hun seksuele geaardheid, ras, godsdienst of levensovertuiging. Vertaald naar het speelveld gaat het om uitlatingen in de zin als eerder aangegeven door deelnemers aan de wedstrijd gericht tegen spelers, officials, publiek, etc.

Bij een dergelijke ernstige overtreding is er maar één disciplinaire straf mogelijk en dat is veldverwijdering. Naast het gebruik van grove of beledigende taal is ook het maken van gebaren welke grof of beledigend zijn, strafbaar. Voor het maken van deze niet te tolereren gebaren gelden dezelfde normen als eerder omschreven bij het gebruik van grove of beledigende taal.

De scheidsrechter moet rekening houden met de ernst (heftigheid) ervan. De scheidsrechter houdt de bevoegdheid om te bepalen of de taal en/of gebaren van een speler (of bankzitter) beschouwd dienen te worden als een belediging.

Strafcode 6 ‐ Bedreigen

Een speler (of een persoon die mag plaatsnemen op de bank) die zich schuldig maakt aan het bedreigen van een tegenstander, maar ook van een ploeggenoot, toeschouwer, wedstrijdofficial of enig ander persoon, dient van het speelveld te
worden gezonden.

Een bedreiging aan het adres van een persoon kan zowel verbaal (mondeling) als non-verbaal (gebaar) zijn en houdt een gevaar in voor de persoon die wordt bedreigd. Onder bedreiging moet worden verstaan iemand bang maken door te
dreigen met lichamelijk geweld of, erger, de dood.

Het wegduwen en vastgrijpen bij een opstootje dient te worden bestraft met een gele kaart als de scheidsrechter deze handelingen als niet-gewelddadig beoordeeld. De aanstichters van het opstootje (meestal twee personen) worden dan bestraft met een gele kaart.

De scheidsrechter houdt de bevoegdheid om te bepalen of er sprake is van een bedreiging.

Strafcode 7 ‐ Spuwen

Een speler (of een persoon die mag plaatsnemen op de bank) die zich schuldig maakt aan het spuwen van of naar een tegenstander, maar ook van of naar een ploeggenoot, toeschouwer, wedstrijdofficial of enig ander persoon, dient van het speelveld te worden gezonden.

Spuwen is een smerige handeling die vaak uit minachting voor een persoon wordt gepleegd en dit dient dus streng te worden aangepakt.

De scheidsrechter houdt de bevoegdheid om te bepalen of het spuwen gericht was tegen een persoon.

Strafcode 8 ‐ Overige overtredingen begaan door teamofficials

Binnen de instructiezone aan de zijlijn (dug-out / reservebank) mogen plaatsnemen:

  • de (hoofd)trainer-coach/oefenmeester;
  • de assistent trainer-coach/assistent oefenmeester;
  • de teammanager
  • de elftalleider;
  • de verzorger;
  • de clubarts;
  • een verantwoordelijk bestuurslid;
  • maximaal 7 wisselspelers,

Het totaal aantal personen mag niet meer dan 14 personen bedragen.

Alleen vanuit de instructiezone en mits dit op beschaafde wijze geschiedt, mogen aanwijzingen aan de spelers worden gegeven. Slechts één persoon tegelijkertijd
heeft de bevoegdheid om instructies te geven. Het is voor personen die zich in instructiezone mogen begeven verboden te daar te roken of in de directe omgeving daarvan te roken. De coach en de andere officials moeten binnen de grenzen van de instructiezone blijven. In het amateurvoetbal begint het gezag van de scheidsrechter en wordt de uitoefening van de macht over de spelers, wisselspelers en teamofficials effectief, zodra hij zijn kleedkamer verlaat op weg naar het speelveld om de wedstrijd te doen aanvangen en eindigt dit bij het betreden van zijn kleedkamer na het laatste fluitsignaal.

Dit betekent dat een scheidsrechter de gele of rode kaart kan tonen aan spelers en wisselspelers vanaf het moment dat hij zijn kleedkamer verlaat tot aan het moment dat hij zijn kleedkamer weer betreedt.

Alleen de (hoofd)trainer-coach/oefenmeester, de verzorger en de clubarts alsmede een wisselspeler, als hij moet invallen, mogen het speelveld betreden, maar alleen wanneer de scheidsrechter hiervoor een teken heeft gegeven.

Wanneer een teamofficial het speelveld betreedt zonder toestemming van de scheidsrechter:

  • moet de scheidsrechter de wedstrijd onderbreken (dit hoeft niet direct wanneer de teamofficial niet ingrijpt in het spel of wanneer de voordeelregel kan worden toegepast);
  • moet de scheidsrechter hem van het speelveld verwijderen; wanneer hij onverantwoord gedrag vertoont, moet de scheidsrechter hem van het speelveld en de directe omgeving hiervan laten verwijderen